Rivier

Het water van rivieren heeft in miljoenen jaren door erosie vorm gegeven aan het aardoppervlak en daarmee de leefwereld van de mens. De rivieren brachten water en leven. Rivieren hebben daarom ook altijd een mythische betekenis gehad. Vroege beschavingen verzamelden zich rond een rivier, zoals de Eufraat en de Tigris, De Nijl en de Ganges. Elk jaar overspoelde de rivier de akkers en liet een dikke laag vruchtbaar rivierslib achter. De rivier was symbolisch voor het leven, maar ook voor de dood.

De Nijl is diep in het rotsplateau van Noord-Afrika uitgesleten. De natuurlijke omstandigheden van de omgeving maakte een cultuur mogelijk die zich vrij van andere invloeden kon ontwikkelen. De Nijl stroomde van zuid naar noord en had ook een jaarlijkse overstroming. De Egyptenaren aanbaden de zon. De farao was de zoon van de zonnegod. De zon ging op in het oosten en ging door de ligging van Egypte in de nabijheid van de evenaar nagenoeg door het midden om onder te gaan in het westen. De zonsopkomst stond voor leven, de zonsondergang voor de dood. Een cyclus van een dag: oost west. En een cyclus van een jaar: zuid noord. De rivier als de wereld.
De piramiden staan aan de westkant van de Nijl. Schitterend in het ochtendlicht, zwart afstekend in het avondlicht; geboorte en dood. Dichter bij de bron van de Nijl lagen de grote tempelcomplexen en de uitgehakte reusachtige afbeeldingen van Ramses. De delta van de Nijl ging pas een grotere rol spelen met de verovering van Egypte door Alexander de Grote en de stichting van Alexandrië.
Ook de Ganges zorgde jaarlijks met nieuw slib voor vruchtbare akkers. Doordat zij de aarde vruchtbaar maakte vormde zij voor de mensen het levenskanaal. Voor leven, maar ook voor de dood. Trappen voor baders, die zich wassen in het water van de heilige rivier worden geflankeerd door tempels. Lijkverbrandingen vinden ernaast gelijktijdig plaats en het afval wordt meegegeven aan de rivier.

In de Middeleeuwse wereld begon de handel een steeds nadrukkelijkere rol te spelen in het transport van mensen en goederen. Rivieren waren daar goed geschikt voor. Handelsnederzettingen bloeiden langs de rivieren. De Noormannen vaarden langs de Europese kusten en trokken het achterland in via de rivieren om steden te overvallen tot in Duitsland. De Zweden koloniseerden Rusland tot in de Oekraïne via de rivieren. In Nederland bloeiden steden als Dordrecht, Deventer en Tiel. Parijs aan de Seine werd groot in deze tijd.
Met de komst van de overzeese handel op de Oost en de West werden de zeeën belangrijker. Amsterdam aan het IJ ging een grotere rol spelen en Londen aan de Thames.

De naamgever van Amsterdam, de Amstel, is nooit een handelsrivier geweest. Het is een veenrivier, een ‘lokale’ rivier in de Hollandse Delta. Zij was de verbinding met het achterland: het Amstelveen. Het is niet zeker of het rivierdijkdorp Amsterdam haar ontstaan aan het achterland te danken heeft, of aan een onafhankelijk makende bevissing van het IJ. Desalniettemin speelt de Amstel een grote rol in misschien niet de oorsprongmythe van de stad, maar wel in de vorm van de stad. De dam in de Amstel was in het oude Amsterdam het hart van de stad. De uitleg van de grachtengordel in de 17e eeuw volgt de bocht in de Amstel. Zelfs in deze dagen speelt zij een grote rol doordat het stadhuis aan de Amstel ligt. Evenals dan natuurlijk de Opera, maar ook Carré, het Amstel Hotel en het Centraal Station. Met de bouw van de Rembrandt-toren bij het Amstelstation is er een verdere bevestiging gekomen dan de laatste door de Berlage-brug van het begin van de 20e eeuw. De groene lob waar de Amstel nu in ligt geeft haar een plaats in het stedelijk landschap van de agglomeratie Amsterdam, maar om nu te zeggen dat dit de mythische rol van de rivier betekenis geeft...

De Amstel. Nog steeds stroomt het water van het achterland -het veenlandschap- naar de delta: de formele, stenen grachtendelta van Amstelredamme. Het water ‘stroomt’ echter van laag naar hoog. De inklinking van het veen gaf een inverse afdruk van de oorspronkelijke topografie, en de rivier volgde. De rivier is slechts een spiegeling van wat zij vroeger was, maar is in substantie nog steeds gelijk: het water. De rivier en haar functie als afwatering zijn nog steeds bepalend voor de vormgeving van het landschap. Daarin komt de rivier en het landschap en de daarin voor de mens gecreëerde wereld bij elkaar.